Certe voor zorgverleners

Filariën

Verwekker/klinisch beeld

Filariën, draadwormen

Algemene informatie

Infecties met filariën  of draadwormen komen uitsluitend in de (sub)tropen voor en worden overgedragen via muggen of vliegen. Vooral herhaalde expositie in endemische gebieden is een risicofactor en gelijktijdige infectie met meerdere soorten is mogelijk.

Klinische beelden zijn afhankelijk van de verwekker, er is echter altijd sprake van eosinofilie:

- Wuchereria bancrofti > veroorzaakt lymfatische filariasis (elefantiasis)

- Brugia >  veroorzaakt lymfatische filariasis (elefantiasis)

- Loa loa > ook wel oogworm genoemd door conjunctivaal migrerende wormen, verder  verplaatsende zwellingen lichaam, zogenaamde Calabar zwellingen

- Onchocerca > verwekker rivierblindheid

- Mansonella > apathogeen

- Dirofilaria > noduli onder de huid, conjunctiva en longgranulomen

- Dracunculus > guineaworm, meestal geïsoleerd ulcus onderbeen waar uiteindelijk worm uitkruipt.

 

Patiënten met verdenking filariose doorverwijzen naar een expertisecentrum voor nadere diagnostiek en behandeling.

 

Diagnostiek:

  • Serologie: onderscheid tussen de verschillende filaria soorten is niet mogelijk.

 

Serologie

 

afnamemateriaal

stolbloed

bewaarconditie na afname

koelkast (2°-8°C)

inzetfrequentie

extern laboratorium

onderzoekduur

1 week