Certe voor zorgverleners

Lyme-borreliose

In 2013 is een nieuwe cbo-richtlijn uitgekomen. De richtlijn biedt in veel korter bestek veel praktische informatie.

Wat voor tests zijn voor u beschikbaar?

Certe Microbiologie kan met serologie antistoffen tegen Borrelia aantonen, door een PCR kan Certe het DNA van de bacterie aantonen. 

De serologie wordt elke werkdag uitgevoerd, maar voor positieve monsters is een confirmatiestap nodig. Daarom zijn negatieve resultaten meestal de volgende dag, en positieve de daaropvolgende dag bekend. De keuze van diagnostiek hangt af van het materiaal. Op bloed of serum is de PCR bij ons niet gevalideerd, we geven dan ook de voorkeur aan serologie.

PCR komt vooral in aanmerking wanneer er op grond van kliniek en serologie twijfel blijft bestaan over een gelokaliseerde vorm van Lyme-borreliose.

Profylaxe na tekenbeet?

Antibiotische profylaxe na een tekenbeet komt soms in aanmerking, vooral wanneer de teek 24 uur of langer op de huid heeft gezeten. In alle gevallen is afwachten en opletten op verschijnselen een verantwoord alternatief. Wanneer u tot profylaxe besluit, moet deze binnen 72 uur worden gegeven om effectief te zijn. Antibiotische profylaxe bestaat uit een dosis van 200 mg doxycycline, of bij contra-indicatie (zoals bij kinderen en bij zwangerschap), één dosis azithromycine van 500 mg of bij kinderen, 10 mg/kg lichaamsgewicht.

Wanneer al dan niet testen?

De beslissing om te testen hangt af van de geschatte kans op Lymeziekte (de voorafkans). Bij heel hoge voorafkans (zoals bij erythema migrans), wordt aangeraden van testen af te zien en te behandelen. Bij zeer lage voorafkans is het ook verstandiger om niet te testen.

Erythema (chronicum) migrans, EM, is een voorbeeld van een aandoening met een hoge voorafkans op lymeziekte: het is op zichzelf voldoende voor de diagnose. In de cbo-richtlijn wordt aanbevolen de diagnose in dit geval niet van serologie te laten afhangen, ook omdat die in het beginstadium nog negatief kan zijn.

Een voorbeeld van een lage voorafkans wordt gevormd door a-specifieke klachten zoals vermoeidheid en myalgie. Vooral wanneer er niet of nauwelijks blootstelling aan tekenbeten is geweest. Ook wanneer onverhoopt serologie wordt aangevraagd om lymeziekte uit te sluiten, is er vaak sprake van een lage voorafkans. De moeilijkheid is dat in zulke gevallen wel degelijk (IgG-) positieve uitslagen kunnen voorkomen, maar een oorzakelijk verband tussen de besmetting (in het verleden, nog actief?) en de huidige klachten nauwelijks nog te bewijzen of te weerleggen valt.

Antistoffen tegen Borrelia komen bij een aanzienlijk deel van de bevolking voor: 5 tot plaatselijk wel 10%. Het overgrote deel van deze mensen heeft geen klachten of symptomen van lymeziekte.

Een aparte categorie vormt de serologische follow-up na behandeling. We zouden graag willen beschikken over een test waarmee de effectiviteit van een gegeven behandeling kan worden vastgesteld. De resultaten van serologie in deze toepassing zijn vaak teleurstellend, omdat antistoffen tegen Borrelia nog jarenlang aantoonbaar kunnen blijven, ook na geslaagde behandeling.

Uitslag van de test

Als wij serum ontvangen voor primo-diagnostiek, doen we een EIA (ELISA) op IgM en IgG. Positieve uitslagen moeten worden bevestigd in een aparte confirmatiereactie, op dit moment een immunoblot voor IgM en een voor IgG. Pas wanneer de confirmatie ook positief is, rapporteren wij dat er antistoffen tegen Borrelia zijn aangetoond.
Vooral bij vroege infecties kan het voorkomen dat de EIA wel positief is en de immunoblot nog niet. Daarom laten wij de uitslag vergezeld gaan van een verzoek om vervolgserologie (na 4 weken) wanneer er verdenking op een vroege infectie bestaat. 

Behandeling van Lyme-borreliose

De richtlijn geeft gedetailleerde voorschriften voor de behandeling van de diverse manifestaties. Voor EM en andere vormen van vroege gelokaliseerde Lyme-borreliose, uitgezonderd vroege neuroborreliose, raadt de richtlijn doxycycline aan, 2 dd 100 mg gedurende 10 dagen; tweede keus amoxicilline 3 dd 500 mg gedurende 14 dagen; derde keus azithromycine 1 dd 500 mg gedurende 5 dagen. Voor kinderen onder de 9 jaar gelden aangepaste doseringen en vervalt de doxycycline als alternatief.

Veel vormen van vroege gedissemineerde en van late lymeziekte zullen in de specialistische praktijk worden behandeld. De overige behandelingen voor de diverse manifestaties van lymeziekte zijn samengevat in een handige tabel die u kunt downloaden. Hierop staan diverse antibiotica vermeld in volgorde van voorkeur.

De richtlijn vermeldt verder nog dat reïnfectie op dezelfde manier moet worden behandeld als primo-infectie. Als er eerder een behandeling gegeven is die niet aan de richtlijn voldoet, moet alsnog volgens de richtlijn worden behandeld. Bij chronische, lyme-geassocieerde klachten ten slotte beveelt de richtlijn aan met de patiënt te bespreken dat:

  • er geen somatische verklaring is gevonden voor de klachten
  • het zeer onwaarschijnlijk is dat de klachten veroorzaakt worden door een op dit moment actieve infectie met Borrelia burgdorferi s.l.
  • onderzoeken naar langdurige behandeling met antibiotica in deze situatie geen effect hebben laten zien
  • antibiotische behandeling daarom geen standaardbehandeling is
  • het de moeite waard is om na te gaan of verlichting van de klachten mogelijk is door aanpakken van psychologische en sociale factoren.