Certe voor zorgverleners

Openingstijden

Tijdens de zomervakantie heeft een aantal spreekuurlocaties voor de bloedafname aangepaste openingstijden, zie de locatiezoeker voor actuele informatie

Verkouden of toch een hooikoorts?

Het voorjaar is begonnen en ik heb last van loopneuzen, verstopte neuzen, niezen en jeukende rode ogen… ben ik nu verkouden of heb ik hooikoorts?

Vroeg in het jaar begint het pollenseizoen (zie tabel 1) met als gevolg dat veel allergenen in de lucht zijn. Deze allergenen kunnen tot vervelende klachten leiden zoals hierboven staan beschreven, maar ook vermoeidheid en slecht slapen kunnen daar bij passen.

Tabel 1
Tabel 1

Allergie, een beschrijving

De term ‘allergie’ werd voor het eerst beschreven op 24 juli 1906 in het Munchener Medizinische Wochenschrift door Clemens von Pirquet. Hij was kinderarts in Wenen. Allergie werd beschreven als een ‘specifiek gewijzigde reactiviteit van het lichaam’. Tegenwoordig wordt de overkoepelende term ‘overgevoeligheid’ gebruikt. De definitie luidt: ‘Overgevoeligheid veroorzaakt objectief reproduceerbare symptomen en verschijnselen, opgewekt door blootstelling aan een scherp omschreven stimulus in een dosis die getolereerd wordt door normale personen’.

Hieronder vallen alle vormen van allergische reacties, maar ook controversiële bijwerkingen van voedsel en additiva, bijwerkingen van geneesmiddelen, psychologische reacties en gedragsproblemen waarvoor omgevingsfactoren verantwoordelijk zijn (Figuur 1).

Figuur 1:  Overgevoeligheid als overkoepelende definitie
Figuur 1: Overgevoeligheid als overkoepelende definitie

Diagnose

Om de diagnose ‘allergie’ (inhalatie en/of voedsel) vast te stellen is de anamnese het allerbelangrijkste en zo nodig kan laboratoriumonderzoek worden aangevraagd. De NHG-standaard Allergische en niet-allergische rhinitis biedt u hiervoor een goede leidraad. (Wist u dat Huisarts Sachs uit Groningen deel uit maakte van de werkgroep van de meest recente versie?).

Laboratoriumonderzoek

Wanneer een individu voor het eerst in contact komt met een allergeen, zal het immuunsysteem IgE-antilichamen produceren, maar dit zal nog niet leiden tot een allergische reactie. Bij een tweede contact herkennen de allergeen-specifieke IgE-antilichamen het allergeen met als gevolg activatie van het immuunsysteem. Binnen korte tijd treden de typische klachten van hooikoorts op.

Op het laboratorium wordt er op inhalatie gescreend met een 'Phadiatop'. Deze test meet of bij de typische klachten van hooikoorts IgE-antilichamen zijn betrokken. Een positieve laboratoriumuitslag toont alleen sensibilisatie aan. Dit betekent dat de patiënt het vermogen heeft om specifiek IgE gericht tegen een allergeen aan te maken. Sensibilisatie is nodig om uiteindelijk en een allergische reactie te geven.

Als de Phadiatop positief is, dan zal deze worden uitgesplitst in een graspollenmengsel, boompollenmengsel, huisstofmijt, kat en hond (en eventueel schimmelmengsel). Indien de Phadiatop negatief wordt afgegeven dan zal in de rapportage het volgende worden aangegeven: ‘Negatief; gescreend op graspollen, boompollen, huisstofmijt, kat, hond’.

De hoogte van de IgE-concentratie kan (soms) iets zeggen over een allergische reactie, namelijk hoe hoger de IgE-concentratie tegen een allergeen, hoe groter de kans is dat een patiënt allergische symptomen zal hebben ten gevolge van blootstelling aan dit allergeen. Deze testen zijn niet geschikt om informatie te krijgen of de allergie zich als ziekte openbaart (en in welk orgaan). Daarvoor moeten er provocatietesten (eliminatie-provocatie-eliminatietest of dubbelblinde, placebogecontroleerde provocatietest) worden gedaan. Deze testen worden gezien als de gouden standaard.

Meer informatie:

Voor vragen rond allergie kunt u altijd terecht bij onze klinisch chemici.

Een bijdrage van:

Jeroen Gerrits

Klinisch chemicus