Certe voor zorgverleners

Openingstijden

Tijdens de zomervakantie heeft een aantal spreekuurlocaties voor de bloedafname aangepaste openingstijden, zie de locatiezoeker voor actuele informatie

BRMO- en MRSA-screening

Resistentie voor antibiotica is wereldwijd een steeds groter wordend probleem. Nederland is het land met de laagste prevalentie resistente micro-organismen in Europa (met uitzondering van de Scandinavische landen). Dit heeft te maken met een goede eerstelijnszorg, de NHG-standaard, het bewaken van het antibioticumgebruik (ook door artsen-microbioloog) en het stringente hygiënebeleid in onze ziekenhuizen. Voor u als huisarts blijft het echter belangrijk om waakzaam te zijn. Bijvoorbeeld bij patiënten die in aanraking zijn gekomen met ziekenhuizen in omringende landen of bij asielzoekers.

Wat is een BRMO?

Een BRMO is een Bijzonder Resistent Micro-Organisme. De Werkgroep Infectiepreventie (WIP) heeft alle bacteriën die resistent zijn voor een aantal antibioticumgroepen en die een bedreiging zouden kunnen vormen voor de gezondheidszorg, onder de noemer BRMO samengevat. In strikte zin is ook een MRSA (meticilline Staphylococcus aureus) een BRMO. Maar MRSA wordt vaak apart van de BRMO besproken, omdat de maatregelen die genomen moeten worden bij dragerschap of infectie en de screeningsmethode verschillen. 

Met BRMO bedoelen we de groep Gram negatieve staven (enterobacteriacae en pseudomonas) en de enterokok dus darmbacteriën, die niet meer gevoelig zijn voor:

  • 3e generatie cephalosporines, de ESBL (extended spectrum beta lactamase vormers)
  • quinolone en aminoglycosiden (onder andere gentamycine) resistente enterobacteriacae, de QARE
  • de carbapenemase producerende enterobacteriacae, de CPE (die voor alle beta-lactam antibiotica en ook carbapenems -imipenem en meropenem- resistent zijn)
  • VRE, een enterokok, die behalve voor amoxicilline ook vancomycine resistent is geworden (vancomycine resistente enterokok, screenen we alleen bij opname op een IC)

De meeste multiresistente enterobacteriacae zijn de Escherichia coli en de Klebsiella.

Wanneer een MRSA-screening?

MRSA-screening is belangrijk bij varkens- en vleeskalverhouders vóór opname in een ziekenhuis, 70 tot 90% van de bedrijven is besmet met de bacterie. Het gaat hier om een specifiek type MRSA (‘lifestock associated’ LA-MRSA). Mensen die intensief contact hebben met de dieren zijn in ongeveer 30% van de gevallen drager van dit type MRSA. De overdracht van mens op mens lijkt vrij laag te zijn (Bron).

Ook staat in het protocol van onze ziekenhuizen dat gescreend moet worden op MRSA en BRMO bij elke patiënt die de afgelopen 2 maanden in een buitenlands ziekenhuis heeft gelegen en/of een ingreep heeft ondergaan (bijvoorbeeld infuus prikken) in het buitenland.

Alle asielzoekers, ongeacht ziekenhuisopname in het verleden, dienen eveneens gescreend te worden voor een ziekenhuisopname. Dit gebeurt meestal op het Geneeskundig Centrum Asielzoekers (GCA) door de asielzoekers-arts.

 ‘Community- aquired’ CA-MRSA kweken we soms bij ontsteking (bijvoorbeeld furunkels of impetigo). Na een MRSA-eradicatiebehandeling wordt gescreend om te kijken of de patiënt MRSA-vrij is geworden.

De in Nederland bekende CA-MRSA kent vrij virulente en voor verspreiding zorgende varianten van de aureus. Elke huisarts heeft wel eens een MRSA-positieve patiënt of familielid in de praktijk en heeft ervaring met de 3 swabs (keel, neus en perineum), de behandeling van infecties en het MRSA eradicatie-programma. 

BRMO-screening bij asielzoekers en bij eerdere opname in een buitenlands ziekenhuis

BRMO-screening speelt alleen een rol bij asielzoekers en bij eerdere opname in een buitenlands ziekenhuis. Dit zien we vaak aan het einde van de zomervakantie, maar ook na en skivakantie en een gipsvlucht. Bij een ziekenhuisopname willen we van elke patiënt die in een buitenlands ziekenhuis heeft gelegen of bij een asielzoeker weten of de op te nemen patiënt drager is van MRSA en/of BRMO.

Dit is van belang om verspreiding van resistente micro-organismen in onze ziekenhuizen te voorkomen. MRSA en BRMO kunnen (mede-)patiënten schade berokkenen en zijn zeer moeilijk te bestrijden. Er zijn dure reserve antibiotica nodig, die soms ook niet optimaal werken. Denk aan vancomycine, een potentieel nefrotoxisch middel, dat alleen intraveneus toegediend kan worden bij een MRSA-infectie, maar minder goed werkt tegen de Staphylococcus aureus dan het eerste keuze middel flucloxacilline. Dit laatste is een beta-lactam-antibioticum, dat niet meer helpt bij een MRSA.

Laagste prevalentie resistente micro-organismen in Europa, en dat moet zo blijven...

Nederland heeft samen met de Scandinavische landen de laagste prevalentie resistente micro-organismen in Europa. Dit heeft te maken met:

  • een goede eerstelijnszorg;
  • de NHG-standaard;
  • het bewaken van het antibioticumgebruik (ook door artsen-microbioloog);
  • het stringente hygiënebeleid in onze ziekenhuizen.

Duitsland kent bijvoorbeeld geen eerste lijn zoals wij die kennen. Iedere patiënt kan direct een medisch specialist consulteren met als gevolg dat sneller naar ‘zwaardere middelen’ wordt gegrepen. Bovendien kan de patiënt gaan ‘shoppen’ als de aanpak niet bevalt, omdat men niet gebonden is aan een huisarts of een apotheek. Gevolg is meer antibioticumgebruik, minder controle en meer resistentie.

De ziekenhuizen in de ons omringende landen kennen evenmin een streng screeningsbeleid, waardoor bij infectieziekte empirisch naar breedspectrum en dure middelen moet worden gegrepen. Omdat het veel vaker gebeurt, dat een patiënt een MRSA of BRMO bij zich draagt (á priori kans) dan in Nederland. Hier kan de arts empirisch met ‘eenvoudigere’ middelen de behandeling inzetten. Dit is beter voor de patiënt, doodt de bacterie beter en is uiteindelijk ook goedkoper.

Het Nederlandse screeningsbeleid is kosten-bateneffectief gebleken. Daarom screenen wij het liefst voor opname in een ziekenhuis als een patiënt in een buitenlands ziekenhuis heeft gelegen. Om misverstanden te voorkomen, geldt dit ook de mensen die in een Scandinavisch land waren opgenomen.

BRMO-dragerschap belangrijk voor een huisarts?

Voor de huisarts is over het algemeen het BRMO-dragerschap niet belangrijk. Alleen in verzorgings- en verpleeghuizen heeft het dragerschap van een BRMO consequenties. De patiënt wordt dan in contactisolatie (schort en handschoenen bij verpleegkundige handelingen, verder geen stringente maatregelen) verpleegd. Een BRMO is niet uit te roeien zoals een MRSA. Een BRMO in de urinewegen van een chronische prostatitis patiënt bij voorbeeld verdwijnt van vanzelf, als het onderliggende lijden is verholpen en de antibiotica kuren zijn gestopt (antibiotische druk). Na 6 á 12 maanden is de bacterie dan vaak verdwenen.

Wanneer screent u ook op BRMO?

De BRMO-screening (naast de MRSA-screening) is vooralsnog alleen nodig voor ziekenhuisopname na eerder verblijf in een buitenlands ziekenhuis of bij een asielzoeker. De afdeling Infectiepreventie van de ziekenhuizen stelt het zeer op prijs, wanneer u de patiënt bij het eerste contact (na een vakantie met ziekenhuisverblijf bij voorbeeld) op BRMO en MRSA screent. De uitslag van deze test kan in afschrift naar het team Infectiepreventie van het desbetreffende ziekenhuis.

Bij spoedopnames kan altijd contact met de deskundige infectiepreventie of met de arts-microbioloog worden gezocht. Een spoedtest (GenExpert) wordt dan ingezet om in eerste instantie een MRSA uit te sluiten. Dit om te voorkomen dat de patiënt in strikte isolatie (in een sluiskamer) wordt opgenomen. Wat naast en vervelende ervaring voor de patiënt ook een kostbare ingreep is.

Voor meer informatie:

Voor meer informatie kunt u terecht bij:

Barbara Kesztyüs (arts-microbioloog) | Telefoon: 088 - 237 12 19