Certe voor zorgverleners

Celtelling in urine met flowcytometrie vervangt urinestripanalyse bij Certe

De afgelopen jaren zijn bij steeds meer huisartsen en zorginstellingen urinestrip-analyzers geplaatst en/of wordt de urinestripanalyse zelf uitgevoerd. Certe ziet dan ook geen/zeer beperkte meerwaarde in het zelf aanbieden van stripanalyses voor aanvragers in de eerste lijn. Daarom is besloten om de urinestripanalyse te vervangen door urineflowcytometrie (celtelling) en komt in plaats van het vroegere sediment-onderzoek.

Bij urineflowcytometrie vindt een kwantitieve telling van cellen (erytrocyten, leukocyten en bacteriën) plaats met een techniek die lijkt op de techniek waarmee cellen in bloed geteld/gedifferentieerd worden.

Een belangrijke voorwaarde voor het uitvoeren van een juiste celtelling is dat de cellen in urine direct na lozing geconserveerd worden om lysis te voorkomen. Uit onderzoek is gebleken dat dit kan met de zogenaamde CCM-buis (felgele dop, urine 2). Wanneer u dit onderzoek aanvraagt, is het belangrijk om de patiënt te melden dat urine direct na het plassen geconserveerd moet worden door de bijgeleverde urinebuizen te vullen.

Voordelen celtelling in urine met urineflowcytometrie

De celtelling in urine met urineflowcytometrie heeft diverse voordelen:

  1. Er vindt een meer precieze kwantitatieve telling van erytrocyten, leukocyten en bacteriën plaats in urine dan met het microscopisch urinesediment onderzoek.
  2. Alle bacteriën in urine worden geteld, onafhankelijk van nitrietproductie. Dit is een groot voordeel ten opzichte van de striptest, omdat bij 47% van de urineweginfecties in de huisartsenpraktijk de nitriettest negatief is en bij 12% fout-positief is.
  3. De celtelling in urine kan het microscopisch onderzoek grotendeels vervangen. Dit levert een tijdsbesparing op en zorgt ervoor dat onze analisten meer tijd hebben voor ‘echt’ pathologische urines.
  4. De urineflowcytometer, waarmee de celtelling wordt uitgevoerd, is gevoeliger voor ‘afwijkende vormelementen’. Dysmorfe erytrocyten en celcillinders worden eerder opgespoord en ondergaan het juiste vervolgonderzoek/er wordt vervolgonderzoek geadviseerd.
  5. De kosten voor de celtelling zijn gelijk aan de kosten van een microscopisch onderzoek van het urinesediment.

Alternatieven

Er vindt na 6 maart geen onderzoek meer plaats op de volgende parameters als u een celtelling aanvraagt: glucose, eiwit, urobilinogeen, bilirubine, pH, soortelijk gewicht en ketonen in urine. Voor deze bepalingen in urine raden wij u aan alternatieven in bloed of urine te kiezen:

Parameter op urinestrip

Alternatief

Glucose in urine

Glucose in bloed

Eiwit in urine

Micro-albumine in urine (kwantitatief) of

Totaal eiwit in urine (kwantitatief)

Urobilinogeen/bilirubine in urine

Bilirubine (direct en geconjugeerd) in bloed,
evt. AF en gamma-GT.

pH en soortelijk gewicht in urine

Bij 'Opmerkingen' op formulier schrijven
“pH en soortelijk gewicht”

Ketonen in urine

Glucose in bloed of

Ketonen in bloed (alleen op prikpoli in ziekenhuis)

Vergelijkbaarheid van uitslagen urinestrip, celtelling en microscopisch sediment

 

Urinestrip

+ / [/µL]

Celtelling

[/µL]

Sediment

[per gezichtveld]

RBC (ery’s)

+     =     10

+     =   20-30

++   =   60-150

+++ =   > 300

10

25

100

> 300

0 - 2

2 - 5

10 -20

> 40

WBC (leuko’s)

+     =    25

++   =    75

+++ = > 250

25

75

>250

2 - 5

10 -20

> 40

BACT (bacteriën)

 

pos

 

 

10

25

50

100

>200

0 - 2

2 - 5

5 - 10

10 -20

> 40

Onderzoek naar dysmorfe erytrocyten

Onderzoek naar dysmorfe erytrocyten in urine kan niet worden uitgevoerd in de buis met conserveermiddel. Er is wel een indicatie van de aanwezigheid van dysmorfie te geven, maar het conserveermiddel kan fout-positieve resultaten geven. Voor onderzoek naar dysmorfe erytrocyten dient de patiënt verse urine (<1 uur oud!) in te leveren op een bloedafnamepoli van een ziekenhuislocatie waar Certe laboratoriumdiagnostiek uitvoert.

Een bijdrage van

Ramses Kemperman - Klinisch chemicus