Certe voor zorgverleners

Griepepidemie onder de loep; ongebruikelijke hoeveelheid Influenza B

Nederland kent al enkele weken een griepepidemie. In de regio Groningen en Drenthe wordt het huidige griepseizoen gekenmerkt door een ongebruikelijke hoeveelheid influenza B-virus positieve monsters met in week 8 een ongekende piek. In dit artikel vindt u meer over de achtergronden, diagnostiek en (regionale) informatie over de recente griepepidemie. 

Het vaststellen van een griepepidemie

Er is sprake van een griepepidemie wanneer de grens van 51 personen per 100.000 inwoners met een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) wordt overschreden. In het huidige seizoen wordt sinds week 50 van 2017 deze grens overschreden, zodat deze griepepidemie langer duurt dan het gemiddelde van 9 weken. De gegevens voor de griepsurveillance zijn afkomstig van de NIVEL-huisartsenpeilstations die het aantal patiënten met een griepachtig ziektebeeld registreren. Daarnaast nemen zij wekelijks bij enkele grieppatiënten keel-neuswatten af. Het RIVM onderzoekt of deze keel-neusmonsters griepvirussen bevatten en welke griepvirus dit is. Het Nationaal Influenza Centrum voert de verdere determinatie uit, afkomstig van diverse laboratoria.

Kenmerken griepseizoen 2017/2018

Het griepseizoen 2017/2018 wordt gekenmerkt door een zeer snelle toename van het aantal IAZ vanaf week 50 (2017) tot een piek in het aantal meldingen in week 4 (2018). Het betreft hier vooral patiënten in de leeftijdscategorie 0-4 jaar.

In week 40 (2017) tot en met week 6 (2018) werden door de peilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn 414 IAZ-monsters en 293 ARI (acute luchtweginfectie zonder IAZ) monsters afgenomen en opgestuurd naar het RIVM.

Van de 249 influenza positieve monsters betrof 86% influenzavirus B (Yamagata-lijn), 1% influenzavirus B (Victoria-lijn), 6% influenzavirus A (H1N1) pdm09 en 7% influenzavirus A (H3N2). Een vergelijkbare verdeling komen we in Europa tegen. In de Verenigde Staten domineert vooral influenza A (H3N2) en in Azië en Noord-Afrika voornamelijk H1N1.

Het griepseizoen in de regio Groningen/Drenthe

Ook in de regio Groningen en Drenthe wordt het huidige griepseizoen gekenmerkt door een ongebruikelijke hoeveelheid influenza B-virus positieve monsters. In de grafiek (figuur 1) is te zien hoe het beloop van het aantal influenza-gevallen vanaf seizoen 2014/2015 tot en met week 8 (2018) in onze regio is.

Figuur 1. Aantal positieve influenzamonsters bij Certe vanaf seizoen 2014/2015 tot en met 2017/2018 in de regio Groningen en Drenthe.

Hierbij valt direct het grote aandeel influenza B-virus positieve monsters op in het huidige seizoen. Het is vrij ongebruikelijk dat het influenza B-virus zo vroeg gedurende de epidemie opkomt en daarbij ook nog een dergelijk hoge piek vormt. De piek in het aantal positieve monsters in week 8 (n=120) overstijgt zelfs het aantal positieve influenzamonsters ten tijde van de pandemie in 2009 (n=89). Meestal treedt het influenza B-virusactiviteit later op in het seizoen en piekt na de influenza A-viruspiek.

Op basis van gegevens van de peilstations wordt bij influenza B-positieve monsters de Yamagata-lijn aangetoond die niet in het huidige influenzavaccin zit. In het trivalente vaccin van dit seizoen zit voor influenza B de Victoria-lijn. Desondanks schat het ECDC in dat de effectiviteit van het huidige vaccin voor influenza B in de range van 35-67% ligt (overall effectiviteit 15-46%)1.

Diagnostiek, behandeling en preventie influenza

In de eerste lijn wordt in het algemeen bij IAZ geen virale diagnostiek geadviseerd. Diagnostiek op influenzavirus en zo nodig andere respiratoire virussen is wel aangewezen bij uitbraken van IAZ in verpleeghuizen en andere zorginstellingen. Dit heeft namelijk consequenties voor de behandeling (Tamiflu) en preventie. Ook bij patiënten die met complicaties ten gevolge van griep in het ziekenhuis worden opgenomen, is diagnostiek naar influenza en andere respiratoire virussen aangewezen. Afhankelijk van de ernst van het beloop en of de patiënt immuungecompromitteerd is, wordt behandeling met Tamiflu gestart.2-3

Nasofarynx spoelsel geschikt, keeluitstrijk een goed alternatief

Het beste materiaal voor diagnostiek op influenzavirus is een nasofarynx-spoelsel. Omdat dit bij volwassenen in de praktijk vaak op praktische bezwaren stuit, is een keeluitstrijk een goed alternatief. De keeluitstrijk kan worden afgenomen met de e-swab. In ons laboratorium worden alle respiratoire virussen aangetoond met moleculaire diagnostiek (PCR). Naast deze reguliere PCR is er ook een moleculaire sneltest beschikbaar met een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit als de reguliere PCR. Deze sneltest is echter niet voor routinediagnostiek beschikbaar en wordt alleen ingezet in overleg met de arts-microbioloog. Serologie om virale respiratoire infecties aan te tonen is doorgaans van weinig waarde in een acuut stadium en wordt daarom niet geadviseerd.

Naast vaccinatie is goede hand- en hoesthygiëne de hoeksteen van de preventie

De belangrijkste transmissieroute is via de, met virus besmette, druppels en aerosolen die bij niezen en hoesten vrijkomen waarbij vooral de lagere luchtwegen het meest gevoelig zijn voor infectie.

Patiënten zijn meestal 1 dag voordat symptomen ontstaan al besmettelijk. De meeste patiënten zijn 5 tot 7 dagen na het ontstaan van symptomen nog besmettelijk. Kinderen en immuungecompromitteerden kunnen het virus langer uitscheiden. Influenzavirussen blijven vaak niet langer dan 48 uur infectieus op oppervlakken, maar door opeenstapeling van het virus op oppervlaktes in vaak gebruikte ruimten is indirecte transmissie door handcontact een belangrijke risicofactor voor verspreiding. Tijdens het griepseizoen vormen goede hand- en hoesthygiëne de hoeksteen van de preventie.

De jaarlijkse influenzavaccinatie van risicogroepen draagt bij tot het voorkomen van complicaties ten gevolge van influenza. In zorginstellingen wordt influenzavaccinatie voor medewerkers aanbevolen ter voorkoming van de verspreiding van influenzavirus in de instelling.

Een bijdrage van:

Glen Mithoe - arts-microbioloog