Certe voor zorgverleners

Mogelijke interferentie van biotine op labresultaten

Uit recent gepubliceerde studies en nu ook aanbevelingen van de Amerikaanse overheidsinstantie Food and Drug Administration (FDA) blijkt dat de interferentie op laboratoriumtesten door biotine in voedingssupplementen omvangrijker is dan in eerste instantie werd aangenomen. Vooral voor wat betreft de voedingssupplementen waar biotine zeer hoog geconcentreerd is. Vandaar dat wij u hierover toch uitgebreider willen informeren.

Essentieel co-enzym kan leiden tot interferenties van immunochemische testen

Biotine is een essentieel co-enzym voor carboxylasereacties in het lichaam (ADH: 30 ug/dag). In principe is het niet nodig om biotine te suppleren, maar biotine zit in bijna alle multivitamine-preparaten bij de drogist verkrijgbaar. In de reguliere preparaten zit tussen de 30-60 ug. Er zijn echter ook biotine specifieke preparaten met doses van 5.000 – 10.000 ug/tablet.

In de praktijk is duidelijk geworden dat deze supra-fysiologische biotineconcentraties in het bloed van de patiënt kunnen leiden tot interferenties van immunochemische testen. In theorie geldt dit voor bijna alle immunochemische testen op de routine-analyzers, maar uit onderzoek blijkt dat het per test verschilt bij welke concentratie er interferentie optreedt.

Een bekend voorbeeld is een foutief verlaagd TSH met een foutief verhoogd fT4. Hierover is door collega’s van Certe en het Medisch Centrum Leeuwarden recent in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde gepubliceerd. Minder bekend is dat biotine-interferentie ook kan leiden tot foutief verlaagde hsTroponine T-uitslagen. Op dit moment is nog niet exact aan te geven wat deze verlaging in de praktijk betekent. Verder onderzoek wordt hier naar gedaan.


Advies

Voor een juiste interpretatie van de uitslagen is het van belang om te weten of de patiënt biotinesupplementen slikt en/of voedingssupplementen gebruikt waar biotine in zit verwerkt.

Gebruikt uw patiënt inderdaad deze supplementen, wilt u dit dan vermelden bij de laboratoriumaanvraag of doorgeven aan de dienstdoende Klinisch chemicus? U kunt ook met de klinisch chemicus overleggen wanneer u onverklaarbare resultaten van bijvoorbeeld schildklierdiagnostiek tegen komt.

Wilt u in de eerste lijn een lage verdenking op AMI uitsluiten, dan raden wij aan om vooraf het gebruik van specifieke biotinepreparaten uit te sluiten in uw anamnese. In het geval van het uitsluiten van de diagnose myocard-infarct raden wij aan hiervoor een ECG te (laten) uitvoeren.

Aangezien bijna alle immunochemische testen gebruik maken van biotine, is het herhalen van het onderzoek op een ander platform minder zinvol. Beter is om het onderzoek te herhalen nadat de patiënt enige tijd gestopt is met het slikken van de preparaten. Op dit moment vindt onderzoek plaats om met meer praktische adviezen te kunnen komen. Voor nu adviseren wij het onderzoek bij de patiënt te herhalen, nadat deze minstens 4 dagen geen preparaten heeft gebruikt


Een bijdrage van:

Niels Jonker (Klinisch chemicus)  

Voor meer informatie kunt u terecht bij: dr. N. Jonker 0592 - 32 54 82 of de dienstdoend klinisch chemicus 088 - 23 70 182.


Bronnen

  • Slim et al. Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2358
  • Piketty et al. Clin Chem Lab Med 2017; 55(6): 780–788
  • Samarasinghe. Endocr Pract. 2017; Aug:23(8):989-998
  • Trambas. Ann Clin Biochem. 2017; Jan:1:4563217701777
  • Kummer S et al. N Engl J Med. 2016; 375:704-706.
  • Trambas et al. Ann Clin Biochem. 2017. Epub ahead of print
  • https://www.fda.gov/Safety/MedWatch/SafetyInfor-mation/SafetyAlertsforHumanMedicalProd-ucts/ucm586641.htm