Certe voor zorgverleners

Algemene opmerkingen

Start van de behandeling

Indien een infectie waarschijnlijk is en de klinische situatie dit vereist, zal er met antimicrobiële therapie gestart worden.

Het is essentieel alvorens te starten met antibiotica, alle voor diagnostiek relevante materialen (op de juiste wijze: zie ziekenhuisprotocollen) af te nemen en in te sturen voor microbiologische diagnostiek. De keuze van antimicrobiële middelen is afhankelijk van de te verwachten verwekker(s) en dient te worden aangepast zodra verwekker(s) en gevoeligheden voor de verschillende middelen bekend zijn. De uitkomst van microbiologische diagnostiek bepaalt niet alleen de verdere behandeling, maar draagt niet zelden bij aan het stellen van de diagnose.

Soms is het zinvol te wachten op een Gram-kleuring, alvorens te starten met antimicrobiële therapie. Indien de diagnose niet duidelijk is en de klinische situatie dit toelaat, verdient het de voorkeur te wachten met het toedienen van antimicrobiële medicatie tot de verwekker bekend is (zoals bijvoorbeeld bij endocarditis).

Behandelingsduur therapie

In deze uitgave is voor de meeste ziektebeelden een richtlijn gegeven voor de behandelingsduur. Stoppen van de antimicrobiële therapie geschiedt uiteraard op geleide van het klinisch beeld en het verloop van de diverse infectieparameters.

Doseringen

De opgegeven doseringen gelden voor volwassenen met een normale nier- en leverfunctie. Voor dosisaanpassing bij verminderde nier- en of leverfunctie wordt verwezen naar de betreffende hoofdstukken. Tenzij anders vermeld, gelden voor kinderen dezelfde keuzen van antimicrobiële middelen. De kinderdoseringen zijn niet in deze Richtlijn opgenomen; hiervoor wordt verwezen naar www.kinderformularium.nl.

Voor een aantal antimicrobiële middelen is het effect vooral afhankelijk van de tijd dat de concentratie van het betreffende middel in het bloed (4-5x) boven de MIC (minimaal inhiberende concentratie) is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de groep van β-lactam antibiotica (o.a. penicillines, cefalosporines). Met frequente toediening wordt bereikt dat de concentratie van deze middelen in het bloed zolang mogelijk boven de MIC blijft. Op grond van farmacokinetische analyse middels simulatiemodellen, op theoretische gronden en toenemende onderzoeksgegevens is vastgesteld dat met een continue dosering van penicillines en cefalosporines in sommige situaties een beter effect is te bereiken dan met intermitterende toediening.

Daar waar dit onderbouwd is, zijn naast de intermitterende doseringen ook de continu doseringen in de richtlijn opgenomen.

Profylaxe

Het deel 'Profylaxe' bestaat voor het grootste deel uit een beschrijving van de chirurgische profylaxe.

De duur van antibiotische profylaxe bij chirurgische of andere invasieve ingrepen is maximaal 24 uur. Veelal kan worden volstaan met een eenmalige gift 30 minuten voor de ingreep. Een langer durende profylaxe is niet bewezen effectiever, maar draagt wel bij aan het risico van resistentieontwikkeling.

In principe is er naar gestreefd om voor de profylaxe andere antimicrobiële middelen en/of doseringen te kiezen dan die welke worden gebruikt bij de therapie.

Penicilline-allergie

In geval er sprake is van overgevoeligheid voor β-lactam antibiotica (penicilline-allergie) wordt de alternatieve keuze aangegeven door middel van het symbool â–º. Zie ook Overgevoeligheid voor β-lactam antibiotica.

Intraveneus of oraal

Indien mogelijk verdient orale toediening van antimicrobiële middelen de voorkeur boven parenterale toediening. Bij Switch therapie wordt weergegeven onder welke voorwaarden en op welke wijze parenterale antimicrobiële therapie kan worden omgezet in orale therapie.

Voor een aantal middelen (bijvoorbeeld clindamycine, fluoroquinolonen) geldt dat orale toediening gelijkwaardig is aan parenterale toediening, gezien de volledige biologische beschikbaarheid van deze middelen na absorptie. Bij een ongestoorde absorptie hoeven deze middelen dus nooit parenteraal gegeven te worden.

Tijdstip van toedienen

In ziekenhuizen zijn veelal afspraken gemaakt over de toedieningstijden van antibiotica. Dit moet echter niet leiden tot uitstel van het toedienen van antibiotica in acute situaties. Antimicrobiële therapie dient - na het afnemen van kweekmateriaal - zo snel mogelijk gestart te worden. Indien mogelijk kan later synchronisatie naar de afgesproken toedieningstijdstippen plaats vinden.

Interacties met geneesmiddelen

Bewaking op interacties van antibiotica met andere geneesmiddelen vindt plaats in de ziekenhuisapotheek.