Certe voor zorgverleners

Dosisaanpassingen bij leverfunctiestoornissen

De lever heeft een belangrijke funktie bij de inactivering (en soms activering) van geneesmiddelen. Leverinsufficiëntie kan het gevolg zijn van een willekeurige leveraandoening, zoals virale hepatitis, cirrose, overmatig alcoholgebruik of geneesmiddelen. Er zijn echter geen sensitieve en specifieke klinische of biochemische criteria die de ernst van de leverinsufficiëntie weergeven.

In geval van een zeer ernstige leverfunktiestoornis (bijvoorbeeld bij cirrose) en de noodzaak van de behandeling met een antibioticum wordt aangeraden in overleg met de ziekenhuisapotheker het doseerbeleid te bepalen.

Dosisaanpassing is noodzakelijk bij de volgende antibiotica:

  • azitromycine
  • caspofungine
  • clindamycine
  • doxycycline
  • erytromycine
  • isoniazide
  • itraconazol
  • mefloquine
  • metronidazol
  • miltefosine
  • miconazol
  • natriumstibogluconaat
  • nitrofurantoïne (gebruik vermijden)
  • pentamidine
  • piperacilline
  • rifampicine
  • sulfadiazine
  • vancomycine
  • voriconazol

Leverfunctiestoornissen kunnen worden waargenomen bij de volgende antibiotica:

  • amoxicilline/clavulaanzuur
  • ciprofloxacine
  • co-trimoxazol
  • erytromycine
  • flucloxacilline
  • fluconazol
  • itraconazol
  • ivermectine
  • isoniazide
  • ketoconazol
  • mefloquine
  • natriumstibogluconaat
  • nitrofurantoïne
  • posaconazol
  • pyrazinamide
  • rifampicine