Certe voor zorgverleners

Openingstijden

Tijdens de zomervakantie heeft een aantal spreekuurlocaties voor de bloedafname aangepaste openingstijden, zie de locatiezoeker voor actuele informatie

Gastro-intestinale en intra-abdominale infecties

Empirische therapie GI

Empirische antibiotische behandeling is alleen geïndiceerd bij ernstige diarree met koorts, een dysenterie beeld, of bij immuungecompromitteerde patiënt.

1

azitromycine

500 mg

1 dd

p.o.

3 dagen

2

ciprofloxacine

400 mg

2 dd

i.v.

 

+

 erytromycine

500 mg

4 dd

i.v.

 

 

Salmonella typhi of Salmonella paratyphi A, B of C

1

ciprofloxacine*

400 mg

2 dd

i.v.

2 weken

2

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

i.v.

2 weken

*Bij stabiele toestand en goede passage kan geswitcht worden naar orale therapie: ciprofloxacine 2 dd 750 mg po

Overige Salmonellosen

Het gebruik van antibiotica bij ongecompliceerde, door non-tyfeuze Salmonellae veroorzaakte acute infectieuze diarree wordt afgeraden. Alleen behandelen bij ernstige of geprotaheerde infectie en bij patienten die om enige reden immuungecompromitteerd zijn.

*Bij patiënten met endovasculair prothese materiaal (vaten, hartklep etc) en bij immuungecompromitteerde patiënten 14 dagen behandelen ipv 7 dagen.

1

ciprofloxacine

400 mg

2dd

i.v.

7-14 dagen*

2

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

po

7-14 dagen*

of

cotrimoxazol

960 mg

2 dd

po/iv

7-14 dagen*

 

Dragerschap Salmonella spp. (> 6 maanden)

Let op galsteenlijden! Alleen behandelen bij patiënten die beroepshalve in aanraking komen met voedselbereiding en bij wie dragerschap langer dan 6 weken aanhoudt. Succes therapie niet verzekerd.

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

6 weken

Enteritis/Enterocolitits, Shigella spp.

Aangeraden wordt om mild verlopende shigellose niet te behandelen. Wanneer sprake is van ernstige shigellose kan in afwachting van het antibiogram behandeld worden met ciprofloxacine of azithromycine. Er is onvoldoende bekend over de behandeling van shigellose bij immuungecompromitteerden. Wanneer er sprake is van een immuundeficientie, bijvoorbeeld in het kader van een HIV-infectie, wordt, wanneer wordt gekozen voor ciprofloxacine, aangeraden om 7-10 dagen te behandelen.

1

azitromycine

500 mg

1 dd

p.o.

3 dagen

2

ciprofloxacine

400 mg

2 dd

i.v.

7 dagen

Enteritis/Enterocolitis, Escherichia coli soorten

Shigatoxine producerende E.coli

STEC en Enterohemorraghische E.coli (EHEC) infecties dienen symptomatisch behandeld te worden.

Enterotoxische E.coli (ETEC) / Enteroinvasieve E.coli (EIEC) / Enterpathogene E.coli (EPEC) kortdurende behandeling lijkt de ziekteduur te verkorten wanneer deze vroeg wordt aangevangen.

1

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

p.o.

5 dagen

2

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

3 dagen

Enteritis/Enterocolitis, Campylobacter spp.

Alleen behandelen bij ernstige klinische verschijnselen.

 

azithromycine

500 mg

1 dd

p.o.

3 dagen

Enteritis/Enterocolitis, Yersinia enterocolitica

Ongecompliceerde Yersinia infecties behoeven in principe geen antibiotische behandeling. Bij immuungecompromitteerden en bij gecompliceerde infecties wordt bij gebleken gevoeligheid geadviseerd om te behandelen met een fluorochinolon.

Alleen behandelen bij ernstige verschijnselen van infectie.

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

po

5 dagen

2

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

i.v.

5 dagen

Clostridium difficile infectie (CDI): pseudomembraneuze colitis

Deze infectie wordt veroorzaakt door selectie van micro-organismen tijdens antibiotica therapie. Het staken van deze middelen is derhalve van groot belang. De therapie wordt gebaseerd op de ernst van de aandoening. Behandelen van asymptomatische dragers wordt vooralsnog als niet zinvol en potentieel schadelijk voor de drager beschouwd.

Niet ernstige CDI:

 

metronidazol

500 mg

3 dd

p.o.

10 dagen

Ernstige CDI:

Ernstige CDI indien 2 of meer punten:

  • Leeftijd >60 jaar: 1 punt
  • Temperatuur >38.3C: 1 punt
  • Leukocyten >15x10^9/l: 1 punt
  • Albumine <25g/l: 1 punt
  • Pseudomembraneuze colitis bij endoscopie: 2 punten

1

vancomycine

250 mg

4 dd

p.o.

10 dagen

2

metronidazol

500 mg

3 dd

iv*

10 dagen

+

vancomycine

250 mg

4 dd

per maagsonde

10 dagen

3

fidaxomicine

200 mg

2 dd

p.o.

10 dagen**

* indien orale toediening niet mogelijk is

** Fidaxomicine heeft een lagere kans op recidieven maar dit moet worden afgewogen tegen de hoge kosten van behandeling.

Bij eerste recidief infectie:

Bij een niet ernstig 1e recidief wordt geadviseerd om de oorspronkelijke antibiotische behandeling te herhalen.

Bij meerdere recidieven:

Afbouwschema

1

vancomycine

250 mg

4 dd

po

7 dagen

 

vancomycine

250 mg

2 dd

po

7 dagen

 

vancomycine

250 mg

1 dd

po

7 dagen

 

vancomycine

250 mg

2 x per week

po

1-2 weken

 

Gastritis Helicobacter pylori

Resistentie onbekend of metronidazol ongevoelig

1

claritromycine

500 mg

2 dd

p.o.

1 week

+

amoxicilline

1000 mg

2 dd

p.o.

1 week

+

protonpompremmer

 

2 dd

p.o.

1 week

Bij penicilline overgevoeligheid

1

claritromycine

500 mg

2 dd

p.o.

1 week

+

metronidazol

500 mg

3 dd

p.o.

1 week

+

protonpompremmer

 

2 dd

p.o.

1 week

Bij onvoldoende effect of resistentie

1

claritromycine

750 mg

2 dd

p.o.

2 weken

+

amoxicilline

1000 mg

2 dd

p.o.

2 weken

+

protonpompremmer

 

2 dd

p.o.

2 weken

2

tetracycline

500 mg

4 dd

p.o.

1 week

+

metronidazol

500 mg

3 dd

p.o.

1 week

+

sucralfaat

2 g

2 dd

p.o.

1 week

+

protonpompremmer

 

2 dd

p.o.

1 week

Peritonitis

Primaire peritonitis (zonder bekend focus)

1

amoxicilline/clavulaanzuur

1000/200 mg

4 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+ evt

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek (dosisaanpassing o.g.v. spiegels)

of ►

cefuroxim

1500 mg

3 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+

metronidazol

500 mg

3 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+ evt

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek

Secundaire peritonitis en intra-abdominale abcessen

Bij abcessen is drainage altijd van primair belang.

1

amoxicilline/clavulaanzuur

1000/200 mg

4 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+ evt

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+

fluconazol

1e dag 400, daarna 200 mg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek

of ►

cefuroxim

750 mg

3 dd

i.v.

op geleide van kliniek

+ evt.

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

op geleide kliniek

+

metronidazol

500 mg

3 dd

i.v.

 

+

fluconazol

1e dag 400, daarna 200 mg

1 dd

i.v.

 

Spontane bacteriële peritonitis bij levercirrose

1

ceftriaxon

2000 mg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek

Cholangitis

1

amoxicilline/clavulaanzuur

1200 mg 

4xdd

i.v.

3 tot 7 dagen

+ eventueel

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

op geleide van kliniek

Na adequate drainage van de galwegen: behandelduur max. 3 dagen.

Acute nectrotiserende pancreatitis

Er is geen wetenschappelijk bewijs voor het nut van profylactische antibiotische therapie bij pancreatitis met of zonder necrose. Alleen indien sprake is van bewezen infectie (op geleide van een bloedkweek of punctaat) is er een indicatie voor antibiotische therapie:

1

meropenem

1000 mg

3 dd

i.v.

op geleide van kliniek

2

piperacilline/tazobactam

4000/500 mg

3 dd

i.v.

op geleide van kliniek

Diverticulitis

1

amoxicilline/clavulaanzuur

1000/200 mg

4 dd

i.v.

7 dagen

+ eventueel

tobramycine

5 mg/kg

1 dd

i.v.

5 dagen

2 ►

ciprofloxacine

500  mg

2 dd

p.o.

7 dagen

+

clindamycine

600 mg

3 dd

p.o.

7 dagen

PD/CAPD-peritonitis, onbekende verwekker

Alvorens te starten met antibiotica, bij voorkeur resultaten van leucocytentelling en Gram-kleuring afwachten. Onderstaande antibiotica beleid is conform de NfN richtlijn PD gerelateerde infecties, 2012 (zie www.nefro.nl). Zie ook deze richtlijn voor diagnostiek en overige therapeutische overwegingen (zoals verwijderen van de catheterpoort).

Niet ernstig zieke patient

1

cefazoline

Start 500 mg/liter spoelvloeistof,

gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

 

+

ceftazidime

Start 500 mg/liter spoelvloeistof, gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

 

2 ►

vancomycine

Start 1000 mg/l in eerste zak, gevolgd door 25 mg/l spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoniaal

 

+

tobramycine

Start 8 mg/l in eerste zak, gevolgd door 4 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoniaal

 

NB. Na 24-48 uur antibiotische therapie aanpassen op basis van kweekuitslag. Bij negatieve kweek en goede respons op de eerste 48 uur antibiotische therapie, cefazoline of vancomycine als monotherapie continueren tot 1 week na het normaliseren van de leucocyten telling van de peritoniaal vloeistof.

Ernstig zieke patient

1

cefazoline

Start 500 mg/liter spoelvloeistof,

gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

+

ceftazidime

250 mg/liter in 2-de zak na starten cefazoline , gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

+

ceftriaxon

2 g

1dd

i.v.

+

tobramycine

Start 5 mg/kg, vervolg op geleide spiegels

1dd

i.v.

2 ►

vancomycine

Start 1000 mg/l in eerste zak, gevolgd door 25 mg/l spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoniaal

tobramycine

Start 8 mg/l in eerste zak, gevolgd door 4 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoniaal

ceftriaxon

2 g

1dd

i.v.

tobramycine

Start 5 mg/kg, vervolg op geleide spiegels

1dd

i.v.

Na bekend worden van verwekker en resistentie zonodig antibiotica aanpassen.

PD/CAPD peritonitis, bekende verwekker

Enterokokken

1

amoxicillne

125 mg/liter

In alle zakken

intraperitoneaal

2 weken

2 ►

vancomycine

Start 1000 mg/l in eerste zak, gevolgd door 25 mg/l spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

2 weken

Staphylococcus aureus

1

cefazoline

Start 500 mg/liter spoelvloeistof,

gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

per wisseling zak

intraperitoneaal

3 weken

+ eventueel

rifampicine

600 mg

1 dd

p.o.

 

Coagulase negatieve stafylokokken

1

cefazoline

Beoordeel het resistentiepatroon eerst:

Indien gevoelig voor cefazoline dan heeft dit de voorkeur

Start 500 mg/liter spoelvloeistof,

gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

Per wisseling zak

intraperitoneaal

2 weken

2►

vancomycine

Start 1000 mg/l in eerste zak, gevolgd door 25 mg/l spoelvloeistof

Per wisseling zak

intraperitoneaal

2 weken

Pseudomonas

 

ceftazidime

250 mg/liter in 2-de zak na starten cefazoline , gevolgd door 125 mg/liter spoelvloeistof

Per wisseling zak

intraperitoneaal

 

+

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

 

Candida

1

Fluconazol

1e dag 800 mg

na hemodialyse 400 mg

i.v.

 

of

bij resistentie

caspofungin

Start 70 mg, gevolgd door 50 mg

1 dd

i.v.

 

Beleid tav de CAPD-catheter

Verwijderen van de catheter is geindiceerd bij:

  • Recidief peritonitis met hetzelfde micro-organisme binnen 4 weken na staken van de antibiotica
  • Refractaire peritonitis (geen herstel binnen 5 dagen na start therapie) ondanks adequate antibiotische therapie
  • Candida peritonitis.