Certe voor zorgverleners

Openingstijden

Tijdens de zomervakantie heeft een aantal spreekuurlocaties voor de bloedafname aangepaste openingstijden, zie de locatiezoeker voor actuele informatie

Urineweginfecties

Cystitis

Bij mannen, kinderen en bij recidiverende infecties in de klinische setting altijd een urinekweek inzetten.

Bij asymptomatische bacteriurie niet behandelen, tenzij de patient zwanger is. In dat geval moet behandeling overwogen worden bij kweek van bacteriesoorten die geassocieerd zijn met pyelonefritis/complicaties (enterobacteriaceae, hemolytische streptokok groep B).

Bacteriurie bij een verblijfskatheter zonder klachten behoeft geen behandeling.

Tijdens behandeling van catheter-gerelateerde infecties verblijfskatheter verwijderen/-wisselen.

Vrouwen algemeen en bij diabetes mellitus*

1

nitrofurantoine (retard)

100 mg

2 dd

p.o.

5 dagen

of

nitrofurantoine

50 mg

4 dd

p.o.

5 dagen

2

fosfomycine

3 g

éénmalig

p.o.

 

3

trimethoprim

300 mg

1 dd

p.o.

3 dagen

*nitrofurantoïne wordt bij diabetes mellitus 7 dagen gegeven.

Zwangere vrouwen

1*)

nitrofurantoine (retard)

100 mg

2 dd

p.o.

5-7 dagen

of*)

nitrofurantoine

50 mg

4 dd

p.o.

5-7 dagen

2

amoxicilline/clavulaanzuur

500/125 mg

3 dd

p.o.

5-7 dagen

*) nitrofurantoine niet geven < 30 dagen voor de bevalling.  Zie hoofdstuk Gebruik antimicrobiele middelen tijdens zwangerschap en lactatie.

Mannen

Ook bij (jonge) mannen worden soms ongecompliceerde urineweginfecties gezien: wel cystitis, geen weefselinvasie. In deze gevallen wordt meestal voor een langere kuur gekozen.

1

nitrofurantoine (retard)

100 mg

2 dd

p.o.

7 dagen

of

nitrofurantoine

50 mg

4 dd

p.o.

7 dagen

2

trimethoprim

300 mg

1 dd

p.o.

7 dagen

3

fosfomycine*

3 g

1 dd

p.o.

dag 1 en dag 3

*bij ongevoeligheid voor nitrofurantoïne en trimethoprim

Mannen in het ziekenhuis (altijd gecompliceerde urineweginfectie)

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

14 dagen

2

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

p.o.

14 dagen

 

Epididymo-orchitis

Etiologie vermoedelijk chlamydia of gonorroe

Is meestal voorafgegaan door urethritis. Meest geschikte diagnostiek is chlamydia + GO PCR op eerstestraals-urine.

1

ceftriaxon

500 mg

éénmalig

i.m.

 

+

doxycycline

100 mg

2 dd

p.o.

10-14 dagen

SOA minder waarschijnlijk

Meestal secundair na cystitis als gevolg van anatomische afwijking urinewegen of na katheterisatie. Beste diagnostiek is ‘banale’ kweek van midstroom urine.

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

10 dagen

of

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

p.o.

10 dagen

of

amoxicilline/clavulaanzuur *)

1000/200 mg

4 dd

i.v.

10 dagen

*) Switchen naar alternatief oraal beleid na aangetoonde gevoeligheid

Profylaxe urineweginfecties

Langdurig antibiotische profylaxe bij patienten zonder katheter is alleen geïndiceerd bij uretrale reflux. Buiten de kinderleeftijd leidt deze vorm van profylaxe snel tot resistentie van de urogenitale flora, waarna het profylaxe middel niet meer bruikbaar is bij infecties. Beter is om bij frequent recidiverende cystitis de patiënt goed te instrueren over zelftherapie. Bij patiënten die infectie goed herkennen blijkt bij snelle start een korte kuur (< 3 dagen) te volstaan.

 Sommige vrouwen zijn gebaat bij gebruik van antibiotische profylaxe voor geslachtsgemeenschap.

1

nitrofurantoïne gewoon preparaat

50-100 mg

1 dd

p.o. ante noctem

 

of

trimethoprim

100 mg

1 dd

p.o. ante noctem

 

Prostatitis

In het verleden kregen mannen met urineweginfecties ciprofloxacine of co-trimoxazol omdat de prostaat ook betrokken zou kunnen zijn bij de infectie. De toenemende resistentieproblematiek maakt het noodzakelijk zeer terughoudend te zijn met ciprofloxacine. Zonder duidelijke aanwijzingen voor prostatitis moet een urineweginfectie bij de man worden behandeld als cystitis.

Er bestaan diverse vormen van prostatitis die geen bacteriele etiologie hebben. Acute bacteriële prostatitis gaat gepaard met koorts >38 C en parameters passend bij systemische infectie. Deze infectie is alleen te onderscheiden van pyelonefritis door de locatie van de symptomen. Chronische prostatitis kenmerkt zich door recidiverende (lage) urineweginfecties, dikwijls zonder systemische verschijnselen. Kweek is belangrijk vanwege de tegenwoordig frequente resistentie tegen ciprofloxacine.

Acuut

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

2-4 weken

2

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

p.o.

2-4 weken

3

amoxicilline/clavulaanzuur

500/125 mg

3 dd

p.o.

2-4 weken

Chronisch

Keuze van beleid wordt bepaald door de uitkomst van de kweek.

1

ciprofloxacine

500 mg

2 dd

p.o.

4-6 weken

2

co-trimoxazol

960 mg

2 dd

p.o.

4-6 weken

Pyelonefritis / gecompliceerde urineweginfecties

Onbekende verwekker

Sinds enkele jaren stijgt het percentage dragerschap ESBL positieve coliforme bacteriën. Bij patiënten bekend met (recent) ESBL dragerschap kan het beste gestart worden met meropenem.

1

cefuroxim

1500 mg

3 dd

i.v.

tot switch op basis van kweek

+

tobramycine *)

5 mg/kg

1 dd

i.v.

éénmalig

2

Ceftriaxon**)

2000 mg

1 dd

i.v.

tot switch op basis van kweek

* tobramycine is gecontraïndiceerd gedurende de zwangerschap. Zodra verwekker en gevoeligheid bekend zijn kan worden geswitcht naar de therapie met het smalste spectrum

** geven bij nierfunctiestoornissen, gehoorverlies en myastenia gravis

 

1

co-trimoxazol

960 mg

 

 

 

2 dd

p.o.

10-14 dagen*

2

ciprofloxacine

500 mg

 

2 dd

p.o.

7-14 dagen*

* Behandelduur:

- Vrouwen met ongecompliceerde pyelonefritis die met ciprofloxacine behandeld worden: 7 dagen

- Alle gecompliceerde UWI bij vrouwen: 10-14 dagen

- Alle gecompliceerde UWI bij mannen: 14 dagen