Spring naar inhoud

Artikelen Nieuwsbrief (2025)

Certe in de Praktijk - 18 december 2025

Diagnostiek naar Helicobacter pylori-infectie bij Certe

Helicobacter pylori is een gramnegatieve spiraalvormige bacterie die gastritis, maagzweren en zweren in het duodenum kan veroorzaken. Via chronische ontsteking kan de bacterie ook een rol spelen bij het ontstaan van maagkanker. Asymptomatisch dragerschap komt veel voor.

Bij een indicatie op het testen naar H. pylori zijn bij Certe drie 3 verschillende technieken voor diagnostiek beschikbaar, waarvan de H.pylori-antigeentest in feces veruit de meest belangrijke is: 

Beschikbare testen voor H. pylori diagnostiek en hun indicatie:

  • Feces-antigeentest: Eerste keus, toont direct de infectie aan in de feces, is gemakkelijk af te nemen, goedkoop en ook geschikt om het effect van behandeling te controleren. Nadeel van deze test is dat gebruik van protonpompremmers (PPI), bismuthpreparaten en antibiotica op het moment van verzamelen van de feces kan leiden tot een fout-negatieve uitslag. Deze middelen dienen vanaf ten minste twee weken (voor protonpomremmers) en ten minste vier weken (voor antibiotica) voorafgaand aan de fecestest niet gebruikt te worden.
  • Serologie: kent een beperkte indicatie. De aanwezigheid van antistoffen zegt namelijk niets over een actuele infectie en de respons van de titer na behandeling is variabel en pas zinvol na een langere periode. Gebruik serologie dus alleen wanneer een protonpompremmer echt niet gestaakt kan worden. 
  • Kweek: deze wordt alleen uitgevoerd op een biopt verkregen middels gastroscopie. Deze diagnostiek wordt dus vooral ingezet als laatste redmiddel, bijvoorbeeld bij herhaald falen van de behandeling of wanneer een gastroscopie wordt uitgevoerd bij aanwezigheid van alarmsymptomen. Indien H. pylori wordt gekweekt zal ook een gevoeligheidsspectrum worden bepaald. Het is essentieel dat biopten zo snel mogelijk (bij voorkeur zelfde dag) na afname naar het laboratorium worden gebracht.

Controle na therapie: Als er na behandeling geen klachten meer zijn is er geen noodzaak voor een controle.

Wanneer er wel reden is voor controle na therapie is de feces-antigeentest wederom de meest betrouwbare optie. Deze kan worden ingestuurd vier weken na het staken van de antibiotica en minimaal twee weken na het staken van de protopompremmer.

Ook wanneer de diagnose primair gesteld werd met serologie is voor controle na therapie de H. pylorifecesantigeentest de meest geschikte test. Therapiecontrole door middel van serologie is eventueel mogelijk, maar minder betrouwbaar en pas zinvol na een langere periode van vier tot zes maanden na het staken van de therapie. Vanaf heden zal een vervolgserum na een positieve serologie niet meer worden ingezet wanneer de test < (minder dan) vier maanden na de eerdere test wordt ingestuurd. U krijgt dan het verzoek om een feces voor antigeentest in te sturen.  

Certe introduceert per 1 januari 2026 leeftijdsafhankelijke referentiewaarden voor TSH, FT4 (en FT3)

Met ingang van 1 januari 2026 zal Certe leeftijdsafhankelijke referentiewaarden introduceren bij de analyse van TSH, FT4 (en FT3).

In 2024 zijn onder regie van het AmsterdamUMC uitslagen (geanonimiseerd) verzameld uit een 13-tal laboratoria in Nederland waarbij Certe een groot aantal getallen heeft kunnen aanleveren. Het betrof de periode 2008-2022. Uitgangspunt was dat het alleen om 1e lijn-patiënten ging en dat er niet meer dan 1 analyse heeft plaatsgevonden binnen een jaar. Hiermee werd zoveel mogelijk schildklierpathologie uitgesloten. De Medisch Ethische Toetsing Commissie van het Antoniusziekenhuis in Nieuwegein heeft vastgesteld dat het hier om zogenaamd niet-WMO onderzoek gaat en dat bij anonimiseren er conform de vigerende regelgeving geen nadere toestemming hoeft worden gevraagd.

Het ging in deze studie om een zogenaamde indirecte analyse. Dat betekent dat op basis van retrospectieve data een schatting wordt gedaan van de referentiewaarde (dit in tegenstelling tot de directe analyse waar meer en prospectief element in zit). [1]

Omdat er meerdere methoden worden gebruikt in de verschillende laboratoria, is er voor gekozen de 4 grootste firma’s te selecteren. Voor Certe is dat de firma Roche.

Om de analyse methodologie te valideren zijn de data als eerste gebruikt om de claims van de firma’s te controleren over de jaren. Daarbij zijn statische modellen vergeleken en is uiteindelijk de beste geselecteerd in het nieuwe referentiewaarden onderzoek [2].

Uiteindelijk zijn er 7.6 miljoen TSH en 2.2 miljoen FT4 resultaten geïncludeerd waarbij per leeftijdscategorie ten minste 300 resultaten zijn gebruikt in het rekenmodel.

De referentiewaarden worden in Noord Nederland door de laboratoria geadopteerd en Certe harmoniseert de referentiewaarden hierdoor met het UMCG (de leeftijdsafhankelijke FT3 referentiewaarden hebben beide organisaties overgenomen uit een studie van de leverancier). Het heeft in ons geval geleid tot de resultaten die in onderstaande grafiek zijn weergegeven. Deze zullen automatisch op basis van de leeftijdscategorie worden gerapporteerd bij de uitslagen.

Referenties

[1] Jansen HI, Dirks NF, Hillebrand JJ, et al. Age-Specific Reference Intervals for Thyroid-Stimulating Hormones and Free Thyroxine to Optimize Diagnosis of Thyroid Disease. Thyroid 2024; 34(11); doi:10.1089/thy.2024.0346

[2] Dirks NF, Elzen WPJd, Hillebrand JJ, et al. Should we depend on reference intervals from manufacturer package inserts? Comparing TSH and FT4 reference intervals from four manufacturers with results from modern indirect methods and the direct method. Clin Chem Lab Med 2024;62(6); doi:10.1515/cclm-2023-1237